Geri de Boer

Boekvertaler Noors, Zweeds en Deens

Lid NGTV en VvL

 

 
  
 

Vertalen

is niet: overtypen, maar dan in een andere taal; iets wat dus nauwelijks langer duurt dan u een tekst kunt typen.

is ook niet: woorden uit de ene taal één op één omzetten in woorden uit de andere taal, alsof de vertaler een levend woordenboek is. Dat het zo niet werkt, blijkt wel uit de talloze door computers vervaardigde vertalingen die op internet te vinden zijn. In het beste geval kun je nog net volgen waar die teksten over gaan, meestal zijn ze volkomen onbegrijpelijk.

Vertalen

is wel: kennis hebben van de taal én de cultuur van een bepaald taalgebied, weten welke nuances en associaties een bepaald begrip in dat taalgebied heeft — en die kennis gebruiken om in de eigen taal een begrip te vinden dat zoveel mogelijk diezelfde nuances en associaties weergeeft. Hoe verder talen en culturen van elkaar af staan, hoe moeilijker dat is. Dat merkten bijvoorbeeld de bijbelvertalers toen ze probeerden het begrip „het Lam Gods” in een eskimotaal te vertalen: die taal had ontelbare woorden voor sneeuw en ijs, maar het lam was er onbekend. Maar ook bij talen die veel dichter bij elkaar liggen, kunnen soms vertaalproblemen ontstaan. Het beroemdste Nederlandse voorbeeld van een vertaalprobleem is Martinus Nijhoffs gedicht De moeder de vrouw.

Vertalen is schaduwarbeid, schreef Tommy Wieringa eens in een mooie column in De Pers: de vertaler van een literair werk ‘schrijft het boek opnieuw’, en dat is een moeizaam, maar waardevol proces. Iemand anders (sorry, ik weet niet meer wie) vergeleek vertalen met vioolspelen: de muziek/het verhaal is door iemand anders geschreven, maar de interpretatie/de vertaling is van de violist/de vertaler.

En hier is een heel leuk artikel van Daniel Hahn, gepubliceerd in The Author, het blad en de organisatie van Engelse letterkundigen en vertalers. ‘[A translation] is a new piece of writing, creative writing […] designed to create the same effects as [the original book], but using entirely different tools,’ zegt hij onder meer. Want de vertaler wordt geacht het doel dat de auteur met een bepaalde zin heeft, te bereiken in een heel andere taal, die heel andere mogelijkheden en beperkingen heeft. ‘Every language is different. There’s no single word in one language that maps perfectly onto a word in another – not one. And every language has things it can do, and things it can’t.’ Vertalen is dus één grote worsteling om toch woorden te vinden die wél zoveel mogelijk dezelfde werking hebben. Vertalen is dus een voortdurend, vaak moeizaam proces van afwegingen en keuzes maken. Wat voor soort tekst is dit, voor wie is hij bedoeld, in welke stijl is hij geschreven, welke associaties roept hij op, kies ik in dit verband voor woord A of voor woord B?

 

Zelfs in de vakantie nog aan het werk!

Vertalen is een vak!

 

Tarieven en offerte

Beëdigde vertaling

Overzicht van wat ik heb vertaald

Diploma’s en werkervaring in het algemeen

Zelfs in de vakantie nog aan het werk!

 

 

Voorbeeld van een vertaalprobleem

De beroemde vertaalwetenschapper James S. Holmes (1924-1986) werd geboren in de Verenigde Staten, maar emigreerde in 1950 naar Nederland. Hij vertaalde veel poëzie in het Engels en kreeg daarvoor in 1956 de Martinus Nijhoff Prijs. Later werd hij hoogleraar vertaalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. In 1971 toonde hij in een onvergetelijk artikel getiteld Rebuilding the Bridge at Bommel; notes on the Limits of Translatability aan dat vertalen niet iets eenduidigs is. Vertalen is keuzes maken.

Als voorbeeld nam hij de eerste zin uit het beroemde gedicht van — uitgerekend — Martinus Nijhoff uit 1933: De moeder de vrouw: „Ik ging naar Bommel om de brug te zien.” Dat lijkt een simpel zinnetje, toch? Niets is minder waar, zegt Holmes. De meest letterlijke vertaling zou zijn: „I went to Bommel for the bridge to see” maar dat is geen goed Engels. Iedere Nederlander met een beetje kennis van de Engelse taal zou waarschijnlijk zeggen: „I went to Bommel to see the bridge”. Dat is syntactisch correct maar, ai, in tekst en ritme doet die zin in het Engels onvermijdelijk denken aan het kinderversje „I went to London to visit the queen”. En díe associatie is voor dit melancholieke sonnet van Nijhoff absoluut ongewenst. „I went to Bommel for to see the bridge” misschien? Dan loopt de zin niet lekker meer: het jambische metrum wordt doorbroken, dat is ook zonde. „I went to Bommel, I went to see the bridge” dan? Maar dan verander je als vertaler dat kenmerkende parlando van Nijhoff, die spreektaalachtige stijl, in iets tamelijk plechtstatigs. Dat past niet bij Nijhoff.

Trouwens, waar ligt die brug eigenlijk? Stel dat een Amerikaan er een atlas bij pakt om Bommel op te zoeken — zou die op het idee komen om bij de Z van Zaltbommel te kijken? Dat is hoogst twijfelachtig. En dan hebben we het nog niet gehad over de historische context van de tweede zin: „Ik zag de nieuwe brug”. Die zin heeft sinds de bouw van een nog nieuwere brug, die ter ere van dit gedicht zelfs „Martinus Nijhoffbrug” is genoemd, voor Nederlanders zelfs weer een extra lading gekregen maar dat heeft Holmes niet meer meegemaakt. Evenmin hebben we het gehad over de religieuze context van „wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren” en de psalm die daarna wordt geparafraseerd. Of over de taalkundige dubbelzinnigheid van het begrip „de moeder de vrouw”.

Je hebt dus niet alleen te maken met een (ver)taalkundig probleem, maar ook met een sociaal-cultureel-historische context, betoogt Holmes, en in dit geval zelfs ook met een literaire. Elke keuze die je als vertaler maakt, heeft tot gevolg dat je vertaling in de doeltaal meer of minder poëtisch, meer of minder exotisch, meer of minder modern klinkt. Eigenlijk, zo concludeert hij, zou je van ieder gedicht door verschillende vertalers verschillende versies moeten laten maken. Pas als de lezer al die versies kent, beschikt hij over ongeveer dezelfde impressie als de lezer van het gedicht in de brontaal.

Zelf heeft James S. Holmes zich nooit gewaagd aan het vertalen van dit gedicht: „An English bridge at Bommel remains to be built,” zo besluit hij zijn artikel.

Als u weer eens over de Martinus Nijhoffbrug komt, denk dan behalve aan dat schitterende gedicht ook eens aan het prachtige, maar moeilijke vak van vertaler!

terug naar boven

De moeder de vrouw


Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien

dat ik daar lag, in ‘t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd —
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ‘t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

Martinus Nijhoff (1894-1953)

terug naar boven

terug naar vertaalprobleem