Vertalenis niet: overtypen, maar dan in een andere taal; iets wat dus nauwelijks langer duurt dan u een tekst kunt typen. is ook niet: woorden uit de ene taal één op één omzetten in woorden uit de andere taal, alsof de vertaler een levend woordenboek is. Dat het zo niet werkt, blijkt wel uit de talloze door computers vervaardigde vertalingen die op internet te vinden zijn. In het beste geval kun je nog net volgen waar die teksten over gaan, meestal zijn ze volkomen onbegrijpelijk. Vertalenis wel: kennis hebben van de taal én de cultuur van een bepaald taalgebied, weten welke nuances en associaties een bepaald begrip in dat taalgebied heeft — en die kennis gebruiken om in de eigen taal een begrip te vinden dat zoveel mogelijk diezelfde nuances en associaties weergeeft. Hoe verder talen en culturen van elkaar af staan, hoe moeilijker dat is. Dat merkten bijvoorbeeld de bijbelvertalers toen ze probeerden het begrip „het Lam Gods” in een eskimotaal te vertalen: die taal had ontelbare woorden voor sneeuw en ijs, maar het lam was er onbekend. Maar ook bij talen die veel dichter bij elkaar liggen, kunnen soms vertaalproblemen ontstaan. Het beroemdste Nederlandse voorbeeld van een vertaalprobleem is Martinus Nijhoffs gedicht De moeder de vrouw. Vertalen is schaduwarbeid, schreef Tommy Wieringa laatst in een mooie column in De Pers: de vertaler van een literair werk ‘schrijft het boek opnieuw’, en dat is een moeizaam, maar waardevol proces. Vertalenis dus: een voortdurend, vaak moeizaam proces van afwegingen en keuzes maken. Wat voor soort tekst is dit, voor wie is hij bedoeld, in welke stijl is hij geschreven, welke associaties roept hij op, kies ik in dit verband voor woord A of voor woord B? Natuurlijk is daarbij van groot belang wie en wat de opdrachtgever met de vertaling wil bereiken. Hebt u het tegen een groepje wetenschappers of tegen het grote publiek? Is het literatuur of een handleiding? Wilt u iets uitleggen of iets verkopen? Ik denk met u mee! Haast?Natuurlijk begrijpt u dat ik als vertaler graag meer tijd heb om de beste kwaliteit te leveren. Maar déze vertaling moet toch echt gisteren klaar! Neem dan toch maar contact met mij op. Ik kan het ook snel!
Voorbeeld van een vertaalprobleemDe beroemde vertaalwetenschapper James S. Holmes (1924-1986) werd geboren in de Verenigde Staten, maar emigreerde in 1950 naar Nederland. Hij vertaalde veel poëzie in het Engels en kreeg daarvoor in 1956 de Martinus Nijhoff Prijs. Later werd hij hoogleraar vertaalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. In 1971 toonde hij in een onvergetelijk artikel getiteld Rebuilding the Bridge at Bommel; notes on the Limits of Translatability aan dat vertalen niet iets eenduidigs is. Vertalen is keuzes maken. Als voorbeeld nam hij de eerste zin uit het beroemde gedicht van — uitgerekend — Martinus Nijhoff uit 1933: De moeder de vrouw: „Ik ging naar Bommel om de brug te zien.” Dat lijkt een simpel zinnetje, toch? Niets is minder waar, zegt Holmes. De meest letterlijke vertaling zou zijn: „I went to Bommel for the bridge to see” maar dat is geen goed Engels, en al helemaal niet poëtisch. Iedere Nederlander met een beetje kennis van de Engelse taal zou waarschijnlijk zeggen: „I went to Bommel to see the bridge”. Dat is syntactisch correct maar, ai, in tekst en ritme doet die zin in het Engels onvermijdelijk denken aan het kinderversje „I went to London to visit the queen”. En díe associatie is voor dit melancholieke sonnet van Nijhoff absoluut ongewenst. „I went to Bommel for to see the bridge” misschien? Dan loopt de zin niet lekker meer: het jambische metrum wordt doorbroken, dat is ook zonde. „I went to Bommel, I went to see the bridge” dan? Maar dan verander je als vertaler dat kenmerkende parlando van Nijhoff, die spreektaalachtige stijl, in iets tamelijk plechtstatigs. Dat past niet bij Nijhoff. Trouwens, waar ligt die brug eigenlijk? Stel dat een Amerikaan er een atlas bij pakt om Bommel op te zoeken — zou die op het idee komen om bij de Z van Zaltbommel te kijken? Dat is hoogst twijfelachtig. En dan hebben we het nog niet gehad over de historische context van de tweede zin: „Ik zag de nieuwe brug”. Die zin heeft sinds de bouw van een nog nieuwere brug, die ter ere van dit gedicht zelfs „Martinus Nijhoffbrug” is genoemd, voor Nederlanders zelfs weer een extra lading gekregen maar dat heeft Holmes niet meer meegemaakt. Evenmin hebben we het gehad over de religieuze context van „wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren” en de psalm die daarna wordt geparafraseerd. Of over de taalkundige dubbelzinnigheid van de titel „de moeder de vrouw”. Je hebt dus niet alleen te maken met een (ver)taalkundig probleem, maar ook met een sociaal-cultureel-historische context, betoogt Holmes, en in dit geval zelfs ook met een literaire. Elke keuze die je als vertaler maakt, heeft tot gevolg dat je vertaling in de doeltaal meer of minder poëtisch, meer of minder exotisch, meer of minder modern klinkt. Eigenlijk, zo concludeert hij, zou je van ieder gedicht door verschillende vertalers verschillende versies moeten laten maken. Pas als de lezer al die versies kent, beschikt hij over ongeveer dezelfde impressie als de lezer van het gedicht in de brontaal. Zelf heeft James S. Holmes zich nooit gewaagd aan het vertalen van dit gedicht: „An English bridge at Bommel remains to be built,” zo besluit hij zijn artikel. Als u weer eens over de Martinus Nijhoffbrug komt, denk dan behalve aan dat schitterende gedicht ook eens aan het prachtige, maar moeilijke vak van vertaler! De moeder de vrouw
|