| |
Poëzie
Op de pagina vertalen heb ik aan de hand van het beroemde essay van James S. Holmes aangegeven dat het heel moeilijk, zo niet onmogelijk, is gedichten te vertalen. Toch probeer ik dat af en toe, zomaar voor mijn plezier of voor vrienden. Hieronder volgen een paar van die pogingen:
Halldis Moren Vesaas, Ord over grind - Over het hek heen gezegd Åse-Marie Nesse, Legg ikkje ditt liv i mi hand - Geef me niet je leven in handen Aslaug Vaa, Å eiga - Bezitten Ragnvald Skrede, Besseggen Hjalmar Gullberg, Förklädd gud - God vermomd (gedeelte) Bjorn Ulvaus en Benny Andersson, Ljusa kvällor om våren - Lichte lentenachten Hendrik Marsman, Herinnering aan Holland
|
Halldis Moren Vesaas (1907-1955)
|
|
|
ORD OVER GRIND
Du går fram til mi inste grind, og eg går òg fram til di. Innanfor den er kvar av oss einsam, og det skal vi alltid bli.
Aldri trenge seg lenger fram, var lova som galdt oss to. Anten vi møttest tidt eller sjeldan var møtet tillit og ro.
Står du der ikkje ein dag og kjem fell det meg lett å snu når eg har stått litt og sett mot huset og tenkt på at der bur du.
Så lenge eg veit du vil koma i blant som no over knastrande grus og smile glad når du ser meg stå her, skal eg ha ein heim i mitt hus.
Utgitt første gang i: I ein annan skog, Aschehoug 1955
|
OVER HET HEK HEEN GEZEGD
Jij geraakt tot mijn binnenste hek en ik tot de grens van jouw domein. Daarbinnen zijn we beiden eenzaam en dat zal altijd zo zijn.
Nooit ging een van ons verder, dat was tussen ons de afspraak. Elke ontmoeting was vertrouwen en rust, of we elkaar nu zelden zagen of vaak.
En sta je er eens niet als ik kom, dan kijk ik maar wat naar je huis en denk: kijk daar woon jij en dan draai ik gewoon weer om.
Zolang ik weet dat jij af en toe zoals nu naar mij toe komt over het knisperende gruis en blij glimlacht als je me hier ziet staan, zolang vind ik een thuis in mijn huis.
Voor het eerst gepubliceerd in: I ein annan skog (In een ander bos), Aschehoug 1955 Vertaald uit het Noors (nynorsk)
terug naar de lijst
|
|
|
|
|
Åse-Marie Nesse (1934-2001)
|
|
|
LEGG IKKJE DITT LIV I MI HAND
Legg ikkje ditt liv i mi hand om min kjærleik er svar min kjærleik er også eit rop i motvind
legg ein blom i mi hand ein tusenfryd i dag ein tistel i morgon og den lækjande urt som veks av tårer
legg ein fugl i mi hand ein pjusket liten fugl så stryk eg han vakker og lærer han å flyge: Kom tilbake når du vil
legg di hand i mi hand så er vi sterke saman så er vi svake saman så er vi saman
men tyng meg ikkje ned med din kjærleik legg ikkje ditt liv i mi hand lev sjølv -
Utgitt første gang i: Nomadesongar, Aschehoug 1978
|
GEEF ME NIET JE LEVEN IN HANDEN
Geef me niet je leven in handen is mijn liefde al een antwoord mijn liefde is ook een kreet in de tegenwind
Geef me een bloem in handen vandaag een madeliefje morgen een distel en het geneeskrachtige kruid dat uit tranen groeit
Geef me een vogel in handen een verschrompeld vogeltje dan strijk ik hem mooi en leer hem vliegen: Kom terug wanneer je wilt
Leg je hand in mijn handen dan zijn we samen sterk dan zijn we samen zwak dan zijn we samen
maar trek me niet omlaag met het gewicht van je liefde geef me niet je leven in handen leef zelf -
Voor het eerst gepubliceerd in: Nomadesongar (Nomadenliederen), Aschehoug 1978 Vertaald uit het Noors (nynorsk)
terug naar de lijst
|
|
|
|
Aslaug Vaa (1889-1965) 
|
|
|
Å EIGA
Stundom spør ein: Kan ein eiga eit anna menneskje?
Når to møtest i hug og hold og kjenner seg eitt so ikkje anna er te — i eit augnekast, i eit lite ord, i ein tanke, i hugskot som fer som kornmod ivi blømande engjir — kjenner seg eitt i det ein aller nevner men som er som svalande regn for solbrend mold.
Når to hev møtt einannan slik att ikkje anna var te, slik at dei kjende seg sterkar enn alt og veikar enn alt, skjønna berget, so hardt det er, skjønna blomen, so mjuk han er — Og stend eismalle att.
Er ein då eismall? Er ikkje då det andre men’skje med i kvar rørsle ein gjer? Ja, kan ein då noko sinn bli eismall att?
Når to gjev seg til kvarandre, og dei stend eismalle att kjem det ein stri i hugen, i holdet, om det å eigaog det å vera fri.
For enno er men’skje bundne og veit ikkje kva dei sei når dei kviskrar til kvarandre: eg elskar deg.
Fyrst dei hev sagt ordet rymer dei som for ein brand dei hev sett på.
Fyrst når to men’skje kan sei til kvarandre: Gå der du vil, du er du! Gjer det du vil, eg er eg —
Men eg ser vegen din og eg lyder etter fotefari dine og eg kjenner din vilje strøyme gjenom blodet i javne, rolege pulsslag —
Fyrst då kan to men’skje eiga kvarandre.
Utgitt første gang i: Skuggen og strendan, Gyldendal 1935
|
BEZITTEN
Soms vragen ze: Kan een mens een ander bezitten?
Als twee mensen elkaar ontmoeten naar lichaam en geest en zich één voelen zonder iemand anders erbij — in een blik, in een woordje, in een gedachte, in ideeën die als de weerlicht over bloeiende velden gaan — zich één voelen in wat je nooit noemt maar wat is als verkoelende regen op zongebrande klei.
Als twee mensen elkaar hebben ontmoet zo dat er niemand anders bij was, zo dat ze zich sterker voelden dan alles en zwakker dan alles, de rots begrepen, hoe hard die is, de bloem begrepen, hoe zacht die is — en dan weer alleen zijn.
Ben je dan alleen? Is die ander dan niet bij je bij iedere beweging die je maakt? Ja, kun je dan ooit weer alleen zijn?
Als twee mensen zich aan elkaar hebben gegeven, en ze blijven alleen achter ontstaat er een strijd in de geest, in het lichaam, tussen bezitten en vrij zijn.
Want nog zijn mensen gebonden en weten niet wat ze zeggen als ze naar elkaar fluisteren: ik hou van je.
Zodra die woorden eruit zijn lopen ze weg als voor een brand die ze hebben aangestoken.
Pas als twee mensen tegen elkaar kunnen zeggen: Ga waar je wilt, jij bent jij! Doe wat je wilt, ik ben ik —
Maar ik zie waar je pad is en ik luister naar je voetstappen en ik voel je wil door mijn bloed stromen in een gelijkmatige, rustige hartslag —
Pas dan kunnen twee mensen elkaar bezitten.
Voor het eerst gepubliceerd in: Skuggen og strendan (De schaduw en het strand), Gyldendal 1935. Vertaald uit het Noors (nynorsk)
terug naar de lijst
|
|
Ragnvald Skrede (1904-1983)
BESSEGGEN
|
 |
|
Vertaald uit het Noors (nynorsk) (ter herinnering aan Jan Verburg, op wiens verzoek deze vertaling en die van het volgende gedicht zijn gemaakt)
terug naar de lijst
|
| |
|
Hjalmar Gullberg (1898-1961)
|
|
|
FÖRKLÄDD GUD
Än vandrar gudar över denna jord En av dem sitter kanske vid ditt bord.
Tro ej att någonsin en gud kan dö Han går förbi dig, men din blick är slö.
Han bär ej spira eller purpurskrud Blott av hans verkan känner man en gud.
Den regeln har ej blivit överträdd: är Gud på jorden, vandrar han förklädd.
Tror du, att fåren skulle beta i morgonglans på gräsklädd jordisk kulle, om inte gudar fanns?
Tror du, att våren skulle binda sin blomsterkrans på alla dödas kulle, om inte gudar fanns?
Bjuder ett mänskoöga till stilla kärleksfest oss, kyliga och tröga, som folk är mest,
lägger, som himmelsk läkning för djupa själasår, en vän, fri från beräkning, sin hand i vår,
synes en ljusglans sprida sig kring vår plågobädd - då sitter vid vår sida en gud förklädd.
Från: Kärlek i tjugonde seklet, 1933. Melodi: Lars-Erik Larsson 1940. Op. 24
|
GOD VERMOMD
Nog wandelen er op deze aarde goden Was ‘t een van hen die je aan tafel noodde?
Denk niet dat een god ooit zijn einde vindt Hij gaat langs je heen maar je ogen zijn blind.
Hij draagt geen scepter of purpergewaden Een god herkent men slechts aan zijn daden.
Eén regel is er waaraan niemand komt: is God op aarde, dan gaat hij vermomd.
Denk je dat in de stralen van de vroegste zonneschijn, schapen in de wei gingen dwalen, als er geen goden zouden zijn?
Denk je dat de akkers der doden in de lente een stralend festijn van bloemen werd geboden, als er geen goden zouden zijn?
Wanneer de kilte wordt verdrongen die heerst in ieder mens, en de schraalheid wordt bedwongen door een stille liefdewens,
wanneer, als met helende kracht, een vriendenhand zonder berekening, zacht, de onze omspant,
dan lijkt het of er een gloed van vlak naast ons komt, dan krijgen wij gekwelden moed van een god vermomd.
Uit: Kärlek i tjugonde seklet (Liefde in de twintigste eeuw), 1933. Muziek: Lars-Erik Larsson, 1940. Op. 24. Vertaald uit het Zweeds
terug naar de lijst
|
|
|
|
|
Björn Ulvaeus (1945; tekst) & Benny Andersson (1946; muziek)
|
 Een lichte lentenacht in Zweden
|
|
LJUSA KVÄLLAR OM VÅREN
Far och mor i grenden då jag kom och tok farvel Bilden av dem bär jag i mitt hjärta och i min själ Varje natt far jag tillbaka och vägen blir allt längre Till landet langt bort och länge sen Där vi viskade förtroligt i skymningen På bänken invid törnrossnåren Ljusa kvällar om våren
Sorgen som jag känner, den kan ingen här förstå Herre tag mig åter, låt mig se det jag saknar så I min tanke far jag ständigt tillbaka, Men jag når aldrig landet langt bort och länge sen Där vi gick så tätt tillsammans i skymningen Som festfolk under ungdomsåren Ljusa kvällar om våren
Våra barn ska aldrig känna längtans vånda och ve Inga klara syner från mitt förgågna ska de se De ska aldrig fråga sig om det knoppas Eller blommar i landet långt bort och länge sen Inte höra ljud av skratt i skymningen Som ekon ifrån barndomsåren
Ljusa kvällar om våren
|
LICHTE LENTENACHTEN
Samen staand op het tuinpad wuifden zij me uit voor altijd. Dit beeld van mijn ouders draag ik mee tot in eeuwigheid. Elke nacht ga ik terug en de reis wordt almaar langer Naar ‘t land zo ver weg en lang geleen Naar dat bankje bij de vlierbes in ‘t schemerlicht Waar wij het leven nog verwachtten Lichte lentenachten
Niemand hier begrijpt me, ze weten hier niet was ik mis. O God, breng me daarheen, laat me zien hoe het daar nu is. In gedachten ga ik steeds weer terug Maar ik bereik nooit het land zo ver weg en lang geleen Waar we arm in arm genoten in ‘t schemerlicht Zorgeloze jeugdgedachten Lichte lentenachten
Kwellend is het verlangen maar onze kinderen kennen het niet Heel mijn lange verleden, hen vervult dat niet met verdriet En zij vragen nooit zich af of de bloesem alweer bloeit in ‘t land zo ver weg en lang geleen Ze horen nooit die echo in ‘t schemerlicht Weerkaatsen hoe wíj kinderen lachten
Lichte lentenachten
(uit de musical Kristina från Duvemåla) Vertaald uit het Zweeds
|
|
Dit lied heb ik vertaald op verzoek van muziekgroep Foursome, die het in het Nederlands zingt. De Zweedse versie is onlangs op cd gezet door Anne Sofie von Otter, I let the music speak. DGG 00289 477 5901.
terug naar de lijst
|
|
|
|
Hendrik Marsman (1899-1940)
|
|
|
HERINNERING AAN HOLLAND
Denkend aan Holland zie ik brede rivieren Traag door oneindig laagland gaan, Rijen ondenkbaar ijle populieren Als hoge pluimen aan de einder staan; En in de geweldige ruimte verzonken De boerderijen verspreid door het land, Boomgroepen, dorpen, geknotte torens, Kerken en olmen in een groots verband. De lucht hangt er laag en de zon wordt er langzaam In grijze veelkleurige dampen gesmoord En in alle gewesten wordt de stem van het water Met zijn eeuwige rampen gevreesd en gehoord.
Voor het eerst gepubliceerd in 1936
Vertaald in het Noors in samenspraak met Det Rijven, Bente Rasmussen en Petter Aaslestad.
Deze vertaling is gepubliceerd in Ut i Naturen i Nederland.
|
MINNER OM HOLLAND
Minnes jeg Holland, ser jeg brede elver Glidende tregt gjennom endeløst land, Rekker ufattelig høyreiste popler Kranser bredden mot himmelrand. Og bortgjemt i dette veldige rommet Står hist og her en enslig gård, I et stort hele med treklynger, almer, Landsbyer, kirker og stumpe tårn. Luften henger lavt og sola blir langsomt Kvalt i en grånende fargerik dis Og i alle trakter høres og fryktes Vannets røst med dets voldsomme pris.
Publisert for første gang i 1936
Oversatt i samarbeid med Det Rijven, Bente Rasmussen og Petter Aaslestad
Oversettelsen er publisert i Ut i Naturen i Nederland
terug naar de lijst
|
|
|
|